Bewijs maar dat je álles kunt

Een vast contract aan de universiteit krijg je vooral dankzij uitmuntend onderzoek. Zie dat maar eens te combineren met excellent onderwijs. Het schuurt.

In Advalvas #18, 1 juni 2016

Het is niet niks, onderzoek en onderwijs combineren. Colleges roepen om voorbereiding, je moet op vaste momenten in de week voor de collegezaal staan en je studenten willen antwoord op hun vragen vlak voor het tentamen. Maar een wetenschappelijke carrière wordt pas succesvol als je subsidies binnenhaalt en publiceert in goed aangeschreven tijdschriften. Dat schuurt, met name voor docent-onderzoekers die nog geen veilige vaste aanstelling hebben. En dat zijn er heel wat.

“Sinds ik aan de VU werk, vanaf februari, kom ik alleen ’s nachts en in het weekend toe aan mijn onderzoek”, zegt Tim Verlaan, universitair docent bij architectuurgeschiedenis. “Abstracts en artikelen schrijven, de laatste correcties doen aan het manuscript van mijn proefschrift, dat soort dingen. Als je onderwijs geeft, gaat dat voor alles.”

Ook Tobias Kuhn, universitair docent bij informatica, heeft tijdens zijn onderwijsperiode in het najaar helemaal geen tijd gehad voor zijn onderzoek. “Ik begon op de VU op de dag waarop ik ook mijn eerste college moest geven. Gelukkig werd dat uitgesteld en had ik tijdens mijn vorige baan wat tijd om de colleges voor te bereiden.”

Veel artikelen voor goed cv

“Ik hoef pas in september weer college te geven”, zegt universitair docent arbeids- en organisatiepsychologie Janneke Oostrom. “In de onderwijsvrije periodes kan ik aan mijn onderzoek werken. Daar heb ik geluk mee, want tijdens collegeperiodes gaat onderwijs voor. In 2018 is mijn contract afgelopen, dus dit jaar wil ik veel artikelen indienen om een goed cv te laten zien.”

De drie jonge wetenschappers zeggen allemaal dat het onderzoek telt als je carrière wilt maken in de wetenschap – al zit de een daar meer mee dan de ander. Kuhn doet nou eenmaal het liefst onderzoek, Oostrom zou geen onderzoek willen doen zonder onderwijs te geven en andersom, en Verlaan voorziet dat hij misschien ooit een keuze moet maken: of hoogleraar worden en zich met name richten op het onderzoek of onderwijs de voorkeur geven en dan genoegen nemen met een minder hoge functie.

Gelauwerd docent

Maar het leuke aan onderwijs geven, vinden ze alle drie, is de interactie met studenten. Janneke Oostrom is al gelauwerd docent aan de VU. Vorig jaar won ze de DocenTalentprijs, voor talentvolle jonge docenten. “Onderwijs geven is ontzettend leuk om te doen. Na een uitleg zie je direct of de studenten het begrepen hebben of dat je het nog een keer op een andere manier moet uitleggen. En als het kwartje valt, zijn ze je dankbaar. Bij je onderzoek kan het soms wel drie jaar duren voor het gepubliceerd is.”

Je eigen baan financieren

Het is vooral de combinatie die haar aantrekt. “Ik vind het opzetten van onderzoek, data analyseren en schrijven van artikelen heel leuk, maar als ik alleen dat deed, zou ik het sociale missen van het onderwijs. Gaf ik alleen onderwijs, dan mis je weer de koppeling met de theorie.”

Ze heeft daarom moeite met de nadruk die er in de universitaire wereld ligt op alleen dat onderzoek, en dan nog met name het binnenhalen van subsidies. “De belangrijkste taak van een universiteit is toch college geven? Daar krijgen we ook onze inkomsten uit. Maar dat lijkt niet uit te maken; alsof je door je onderzoek je eigen baan moet financieren. Als ik hoogleraar wil worden, moet ik inzetten op het onderzoek, terwijl je met onderwijs juist heel veel impact hebt op wat er gebeurt in het werkveld.”

Oostrom vertelt hoe in haar vakgebied van personeelsselectie nog altijd de wetenschappelijke kennis de praktijk niet bereikt. “We weten heel veel over met welke tests en methodes de meest geschikte kandidaat voor een functie geselecteerd moet worden, maar uiteindelijk doet men de selectie toch vaak op basis van een kort gesprek. De artikelen die we erover publiceren, worden niet gelezen door de mensen in de praktijk. Daarom wil ik de studenten goed opleiden, zodat zij straks wel de goede methodes gebruiken.”

Excellent onderzoek

Tim Verlaan en Tobias Kuhn zitten in een zogeheten tenure track. Dat is een tijdelijke aanstelling met uitzicht op een vast contract in een hogere functie – als je aan de criteria voldoet tenminste. “Ik moet bewijzen dat ik subsidies kan binnenhalen en laten zien dat ik excellent onderzoek doe”, zegt Kuhn. Maar het valt mee, vindt hij. “Het gaat niet heel strikt alleen om de aantallen. Het maakt bijvoorbeeld ook uit of een subsidieaanvraag direct werd afgewezen of pas in de laatste ronde.” De onderwijscriteria zijn minder zwaar dan die voor onderzoek. “Ik moet vakken geven en geen slechte evaluaties krijgen van de studenten. Maar het gaat minder om uitmuntende beoordelingen.”

Kuhn is van de drie het meest gefocust op zijn onderzoek. “Ik zie mezelf eerst als onderzoeker en daarna komt mijn rol als docent. Als je heel goed bent in onderzoek doen en een slechte docent, haal je het nog wel in de wetenschappelijke wereld. Maar andersom zeker niet.” Voor zijn colleges was hij dan ook tevreden met een redelijke beoordeling van de studenten. Hij had tenslotte niet veel tijd om ze voor te bereiden.

Nanopublicaties

Kuhns onderzoek over semantische netwerken heeft te maken met de manier waarop wetenschappelijk onderzoek op dit moment gewaardeerd wordt. “Ik werk aan nanopublicaties. Dat is een nieuwe manier van wetenschappelijk publiceren. Nu publiceren we vooral artikelen in tekstvorm. Als een andere wetenschapper geïnteresseerd is in mijn data, moet hij die eerst uit mijn artikel halen. Maar waarom zouden we niet de tekst achterwege laten en direct in kleine datasets publiceren? Dat wordt al gedaan en ik heb een monitor gebouwd voor zulke nanopublicaties. Misschien gaan die het systeem van publiceren wel veranderen.”

Nu is alles gericht op de impactfactor: wetenschappelijke tijdschriften zijn gerangschikt op hoe hoog ze aangeschreven staan. Met een publicatie in een gerenommeerd tijdschrift, waarvoor de eisen strenger zijn – je moet bijvoorbeeld meerdere experimenten hebben gedaan – en de selectie zwaarder, kun je scoren op je cv en in je jaargesprek. Een hogere functie krijgen vanwege topbeoordelingen van studenten, zo ver is het nog lang niet.

Survival of the fittest

Sommige collega’s van Tim Verlaan hebben ervoor gekozen om het hoogleraarschap links te laten liggen en zich vooral te richten op hun onderwijs. Misschien moet hij ooit zelf ook die keuze maken, denkt hij. “Ik wil een Veni-aanvraag schrijven. Maar dat kost wel een maand of twee en het is een survival of the fittest. Als het dan niet gehonoreerd wordt, heb ik een achterstand in mijn publicaties. Dan kies ik er misschien eerder voor om universitair docent te worden dan universitair onderzoeker.”

Verlaan wil graag goed onderwijs geven. “Niet lang geleden was ik zelf nog student. Ik heb het meest geleerd van de echt gepassioneerde wetenschappers. Enthousiasme overbrengen is heel belangrijk. Je moet niet een bandje gaan afdraaien, ook als je ’s nachts een abstract hebt zitten schrijven. En je moet een plan B hebben voor als studenten zich niet hebben voorbereid. Dat kost extra tijd.”

’s Nachts werken

Hij zit regelmatig ’s nachts en in het weekend te werken. Dit interview werd tweeëneenhalf uur uitgesteld omdat hij tot diep in de nacht scripties had zitten nakijken en de laatste hand legde aan het manuscript van zijn proefschrift. Ook toen hij begon aan de VU was het doorbikkelen. “Eind december was mijn proefschrift af en in februari begon ik aan de VU. Ik ben eerst een maand op vakantie gegaan, omdat dat echt moest. Toen had ik nog een paar dagen om twee vakken voor te bereiden. Dus dat werd nachtwerk.”

De worsteling om onderzoek en onderwijs te combineren heeft dan ook invloed op zijn persoonlijke leven. “Mijn vriendin en vrienden vinden het niet altijd leuk dat ik ook vaak ’s nachts en in het weekend werk. Ik kan natuurlijk wel mijn colleges minder goed voorbereiden, maar dat wil ik niet.” Deze drukke onderwijsperiode gaat ook ten koste van zijn onderzoek. “Als ik een artikel schrijf, citeer ik soms ook wel uit een eerder artikel. En als ik op een congres ben, presenteer ik mijn paper en vlieg ik direct weer terug, omdat ik onderwijs moet geven. Dat is niet zo goed voor mijn onderzoek, want daarvoor is het toch beter om andere mensen te spreken. Dan ontmoet je soms iemand die je kan voordragen bij een tijdschrift en andersom. Maar dat kan nu even niet.”

 

Uitzicht op vast contract in hogere functie

Tim Verlaan en Tobias Kuhn zitten in een zogeheten tenure track. Dat is een tijdelijke aanstelling met uitzicht op een vast contract in een hogere functie. Het zijn met name universitair docenten, die na een aantal jaar een vast contract krijgen in een hogere schaal.

De VU heeft net een richtlijn vastgesteld voor tenure tracks en de faculteiten zijn bezig om het in te voeren. Van de deelnemers wordt onder meer verwacht dat ze publiceren, zelf onderzoeksgeld binnenhalen en binnen een jaar hun Basis Kwalificatie Onderwijs halen.

Aan de VU zijn momenteel ruim 80 tenure trackers. Meer dan de helft werkt aan de faculteit Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde.