De koelkast en de kaketoe

‘Asbak, handuk, kulkas’, begon de jonge Balinees enthousiast toen ik vertelde dat ik uit Nederland kwam. ‘Many same words! Poskantor, notaris, polisi, lumpiah.’ Loempia? Dat komt niet uit het Nederlands, lijkt me.

Opeens vroeg ik me af hoe dat toch werkt. Waarom neemt de ene taal woorden over uit de andere? Een snelle zoektocht op internet bood een nuchter antwoord: dat gebeurt als we zelf geen woord hebben om het (nieuwe) concept uit te drukken. Zo hebben wij uit het Indonesisch klamboe gekopieerd, en nasi, sambal en saté. Toch een mooie aanvulling op de stamppot boerenkool.

Ik heb ook wel eens gehoord dat het Japanse arigato (bedankt) afkomstig is van het Portugese obrigado. Kijk, dan wordt het intrigerend. Hadden de Japanners voordat de Portugezen aan kwamen zeilen geen woord voor het concept om iemand te bedanken? En dat terwijl in hun taal beleefdheid zo belangrijk is dat het meerdere eigen werkwoordsvormen heeft.

Helaas gooit de Leidse hoogleraar Japans Ivo Smits roet in het eten. ‘Dat is een regelrechte fabel’, zegt hij aan de telefoon. ‘Arigato is een samentrekking van ari katashi, wat “moeilijk te verkrijgen” betekent.’ Hij weet verder te vertellen dat ook het Japans veel woorden uit het Nederlands heeft geleend, zoals koffie, bier, mes (in de betekenis van scalpel) en ransoru (rugzak, afkomstig van ransel). Andersom doen wij aan judo, karaoke en origami.

Meestal hangt er een sfeer van verderf rond leenwoorden, tegenwoordig vooral uit het Engels. Ze zouden de taal vervuilen, taalverloedering in de kaart spelen en uiteindelijk leiden tot de onvermijdelijke ondergang. Ik ben maar wat blij dat het woord ook het gerecht meebracht uit Indonesië: de nasi goreng van mijn oma bleek een exacte kopie van het originele recept, compleet met gebakken ei en kroepoek. Dus dat was ouderwets smullen op Bali. En het Chinees bracht ons de loempia.

 

Dit bericht verscheen op mijn weblog ‘Het gezegde’ op NWT Online (nu New Scientist).