Een tweede taal, misschien wel goed

Het is een aansprekend idee dat tweetalige mensen cognitief in het voordeel zijn. De Schotse hoogleraar Antonella Sorace is een van de onderzoekers die dat luid verkondigen. Maar het bewijs voor de stelling wankelt.

In Trouw, 11 oktober 2014

“Een kind dat meer dan één taal in zijn brein heeft zitten, heeft daar voordelen van die verder reiken dan taal”, zegt Antonella Sorace, hoogleraar taalontwikkeling aan de Universiteit van Edinburgh, als ze op bezoek is in Amsterdam op een publieksfestival over meertaligheid. Vol vuur stelt ze dat mensen die tweetalig opgroeien daar slechts voordelen van hebben. Ze kunnen zich niet alleen verstaanbaar maken in meerdere talen, hun brein is ook beter in allerlei taken die ver buiten de taal reiken, zoals aandacht focussen, niet relevante informatie onderdrukken en wisselen tussen de ene taak en de andere. En die zogenaamde executieve functies zijn heel nuttig in het dagelijks leven.

“Elke keer als een tweetalige spreekt, moet hij de andere taal in zijn hoofd wegdrukken”, zegt Sorace. “Terwijl ik Engels spreek, ben ik onbewust aan het vechten om mijn Italiaans onder de oppervlakte te houden. Dat onderdrukkingsmechanisme is een cognitief systeem dat lang niet alleen met taal te maken heeft. Tweetaligen moeten het wel veel gebruiken, dus trainen ze het goed en beheersen ze het beter dan mensen die één taal spreken.” Het is bijvoorbeeld handig in een drukke schoolklas, om de aandacht te kunnen richten op de opdracht in plaats van wat er om je heen gebeurt. Of tijdens het autorijden in een stad, waar veel ander verkeer rondrijdt en waar verkeersborden staan die niet allemaal relevant zijn voor de bestuurder.

Kruistocht

Met die wetenschappelijke argumenten is Sorace in haar project Bilingualism Matters bezig aan een ware kruistocht door Europa, om mensen ervan te doordringen dat er niks mis mee is om je kind tweetalig op te voeden. De Nederlandse tak lanceerde ze op het festival. “Veel mensen denken dat een kind in de war raakt als het meer dan één taal hoort of dat kinderen het minder goed doen op school als ze thuis een andere taal spreken. Daar is absoluut geen bewijs voor. Een andere taal heeft geen negatieve invloed op de hoofdtaal die in een land gesproken wordt.”

Sterker nog, opgroeien met meer dan één taal leert kinderen al op jonge leeftijd hoe taal werkt. Ze begrijpen eerder dan eentalig opgroeiende kinderen dat er een structuur aan taal ten grondslag ligt, die voor elke taal weer anders is, maar waar wel vergelijkbare regels op toe te passen zijn. De gedachte is dat ze daardoor ook makkelijker een derde taal leren, en een vierde en een vijfde. Volgens Sorace zijn er voorbeelden van regio’s waar kinderen die naast de schooltaal ook een lokale taal leren, de schooltaal zelfs beter begrijpen dan de kinderen die alleen de taal spreken die op school gesproken wordt.

En het wordt nog mooier. Tweetalige kinderen beginnen vroeger met lezen, bijvoorbeeld. En bovendien begrijpen ze eerder dat andere mensen een ander perspectief kunnen hebben dan zijzelf, de zogenaamde Theory of Mind. “Dat inzicht is een belangrijke mijlpaal voor alle kinderen”, aldus Sorace. “Ze moeten leren dat andere mensen een ander gezichtspunt kunnen hebben dan zij, dat anderen niet hun gedachten kunnen lezen. Omdat tweetalig kinderen al jong moeten kiezen welke taal ze gebruiken tegen wie, zien ze dat sneller in. Het voordeel daarvan is moeilijk te onderschatten in een wereld waarin mensen zo dicht op elkaar leven.”

Tegenstrijdig

Maar het sterkste argument van Sorace en andere meertaligheidsvoorvechters zoals zij, blijft dat van de eerder genoemde executieve functies: dat meertaligen beter kunnen focussen, onderdrukken en switchen. Want dat valt hard te maken met psychologische testen, die al sinds jaar en dag gebruikt worden in allerlei psychologische onderzoeken. Maar juist van dat argument zijn niet alle wetenschappers even overtuigd. ‘Er is geen samenhangend bewijs voor tweetalige voordelen bij de executieve verwerking’, schrijft bijvoorbeeld de Amerikaanse cognitief psycholoog Kenneth Paap met twee collega’s in een recent artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Cognitive Psychology. Ze benadrukken dat er veel tegenstrijdige onderzoeksresultaten zijn. De ene studie vindt wel voordelen op het onderdrukken, de andere niet, of juist alleen op het switchen. Bovendien wijzen ze een zeer punt aan van de vele studies die wel verschillen vonden. Die maakten gebruik van maar weinig proefpersonen, die ook nog eens maar één specifieke taak hoefden uit te voeren. De auteurs waarschuwen dat je over de uitkomsten dan geen grote uitspraken kan doen.

Lees het hele artikel op de website van Trouw (€).