“Wetenschapscommunicatie is een noodzaak”

‘Helpdesk Meertaligheid’, zo heet de nieuwste dienst van De Taalstudio. Maaike Verrips, directeur en oprichter, startte ermee in maart, samen met de Tilburgse taalwetenschapper Nadia Eversteijn, voor ouders die vragen hebben over de meertalige opvoeding van hun kind. “Het is een telefonische service”, legt ze uit. “Mensen melden zich aan via internet en Nadia belt ze dan om hun situatie te bespreken en ze te helpen een besluit te nemen over hoe ze de talige opvoeding van hun kinderen gaan aanpakken.”

De meeste vragen komen tot nu toe van Nederlanders die in het buitenland wonen. Dat lijkt misschien een homogene groep, maar is het niet. In het ene gezin zijn beide ouders Nederlands, in het andere hebben ze beiden een andere moedertaal. Buitenshuis wordt Engels gepraat of de moedertaal van een van de ouders of een andere, lokale taal. Het ene gezin strijkt een paar jaar ergens neer en gaat dan weer terug naar Nederland, dus dan is het belangrijk dat de kinderen straks in Nederland op school kunnen. Het andere gezin migreert van land naar land en vindt Engels de belangrijkste taal voor hun kinderen. Ouders vragen zich bijvoorbeeld af of ze de lokale taal aan de kinderen moeten leren, hoe ze hun Engels kunnen leren en wat ze met elkaar moeten spreken. Daarover kunnen ze de helpdesk bellen.

“Niet dat het advies zo voor het oprapen ligt”, zegt Maaike Verrips. “Er zijn veel verschillen tussen de kinderen en de omstandigheden, en er zijn geen grootschalige studies waar je zomaar uit kunt afleiden hoeveel taalaanbod een kind nodig heeft en hoeveel verschillende talen daarin passen.” Maar volgens haar is een kant en klaar advies ook niet het doel van de Helpdesk Meertaligheid. De Taalstudio wil mensen vooral helpen nadenken over waar het over gaat: taalaanbod. “Als mensen zich afvragen hoe ze een meertalige opvoeding moeten aanpakken, dan probeer je ze mee te geven dat er geen reden is om níet meertalig op te voeden. Maar ze moeten er wel een beetje realistisch in zijn. Er moet echt gelegenheid zijn om alle talen te gebruiken. Het liefst op verschillende niveau’s.Als een kind alleen maar thuis Nederlands spreekt, krijgt het niet een woordenschat die hoort bij het publieke leven. Terug in Nederland bestaat de kans dat die kinderen vrij beperkt Nederlands kunnen. Maar ze kunnen het wel en ze kunnen het ook makkelijk uitbouwen, dus waarom zou je het niet doen? Zo hopen we dat mensen realistische verwachtingen krijgen. En ook dat we onnodige zorgen wegnemen, want ouders zijn vaak heel onzeker over een meertalige opvoeding. Wordt het het kind niet te veel? Raakt het niet schizofreen? Daar zijn allerlei wilde verhalen over.”

Talen scheiden of niet?

Om goede antwoorden te kunnen geven doet De Taalstudio ook zelf onderzoek naar meertaligheid. Momenteel onderzoekt Lisette Bel, een studente van de VU, bijvoorbeeld de heersende opvatting dat je de talen strikt moet scheiden. Vanuit de Helpdesk Meertaligheid is het interessant om te weten of het echt zo krampachtig moet als vaak wordt geadviseerd, want voor veel gezinnen is het advies heel moeilijk op te volgen. “Zowel Nadia als ik hebben al eens gezocht naar onderzoek waarin het advies om de talen strikt te scheiden wordt onderbouwd, maar we hebben het nog niet gevonden. Lisette gaat nu nog eens goed zoeken in de literatuur of het toch ooit ergens onderzocht is, zodat wij dat aan de ouders kunnen vertellen.”

In meerdere projecten van De Taalstudio is meertaligheid een terugkerend thema. Het bureau organiseert bijvoorbeeld “Taaltoestanden”, twee studiedagen over meertaligheid in de klas, met het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen. En het heeft “Talen in Balans”, een programma waarmee ouders van kinderen van de voorschool voorlichting krijgen over taalontwikkeling en meertaligheid. “Die ouders zitten vaak met een heleboel vragen, vooral over hun thuistaal. Is het nou wel of niet goed om die tegen de kinderen te spreken? En is het ook niet de taak van de school om de kinderen Nederlands te leren? Ouders leren onder andere dat een rijk taalaanbod in de ene taal het kind ook helpt in de andere taal. De ouders zijn beter geïnformeerd en worden daardoor ook zelfverzekerder in hun contact met de school over waarom zij wel of niet een bepaalde taal spreken thuis.”

De Taalstudio is ook een festival aan het organiseren, het Meer! Nederlands Talenfestival. “Met het festival vieren we meertaligheid, met ouders en kinderen die meertalig zijn en professionals die met hen te maken hebben. Het gaat 19 september plaatsgrijpen, boven in de openbare bibliotheek in Amsterdam. Er komen spellen waarbij je iets hebt aan de talen die je kent, labs waarin je je eigen meertaligheid kunt onderzoeken en natuurljk ook voordrachten van deskundigen.”

Al die projecten komen voort uit het doel van Maaike Verrips om het algemene publiek goed te informeren over het wetenschappelijk onderzoek naar meertaligheid, en dan met name mensen als ouders, onderwijzers, zorgverleners en medewerkers van consultatiebureau’s, die te maken hebben met jonge kinderen. “Het is een terrein waarbij wat de mensen denken zó ver af staat van wat de wetenschap al lang weet. Wetenschapscommunicatie op dit terrein is geen luxe, maar iets waar echt behoefte aan is. ”

Taalanalyses
Sinds ze De Taalstudio in 2003 oprichtte, werkt Maaike Verrips ook op een heel ander terrein van toegepaste taalwetenschap, namelijk de taalanalyses die in asielprocedures worden gedaan om mede te kunnen bepalen of iemand uit de streek komt waar hij zegt vandaan te komen. Inmiddels heeft ze met haar medewerkers een wereldwijd netwerk opgezet van onafhankelijke deskundigen van allerlei talen, om de taalanalyses te kunnen uitvoeren. “Er zijn nogal wat valkuilen bij het inschakelen van deskundigen voor het nemen van beslissingen, en daar is dus ook nogal wat discussie over. In hoeverre kun je op basis van iemands taal bepalen waar hij/ zij vandaan komt? Hoe kun je waarborgen dat het een onafhankelijke deskundige is? Kan een jurist of een beslisambtenaar beoordelen of die deskundige wel deskundig is? In Nederland worden we meestal ingeschakeld om een second opinion te doen, als het taalanalysebureau van de IND een taalanalyse heeft uitgevoerd waar de asielzoeker het niet mee eens is. Voor andere Europese landen doen we direct de eerste analyses. Het komt daarbij regelmatig voor dat de taalanalyse doorslaggevend is voor de beslissing van de IND of de rechter.”

In Werkverband Amsterdamse Psycholinguïsten Nieuwsbrief, juni 2012